De geschiedenis van de Grethahoeve gaat terug naar 1828 toen Albert Hendriks Oosterhof tijdens een veiling "eene uitmuntende en wel gelegene Zathe en daar onderhoorende wei en
hooilanden gelegen aan de Lindedijk onder den dorpe Nijetrijne", kocht voor de som van F 8246,-. Enkele jaren later heeft de familie Oosterhof op ongeveer tweehonderd meter ten
oosten aan de Lindedijk een nieuwe boerderij laten bouwen, de huidige Grethahoeve. In de loop van de jaren is de boerderij enkele keren afgebrand. De laatste brand vond plaats in
1949. De boerderij werd toen gedreven door Jelle Piek en zijn vrouw Albertje van den Berg, een klein-kleindochter van Albert Hendriks Oosterhof. In 1950 werd de boerderij herbouwd en genoemd naar hun dochter Gretha. In 1960 trouwde de oudste zoon (Jelle) met Roelie. Aangezien Jelle jr de opvolger zou worden op de boerderij werd er een apart huisje voor het jonge echtpaar tegen de grote boerderij aangebouwd. Toen Jelle en Roelie kinderen kregen verhuisden zij naar het grote huis en gingen zijn vader en moeder in het kleine huisje wonen. Na 23 jaar naast elkaar te hebben gewoond verlieten Piek senior en zijn vrouw in de tachtiger jaren de Lindedijk en werd het huisje alleen nog gebruikt voor verjaardagsfeestjes
In 1998 werd Piek in verband met de uitbreiding van het natuurgebied de "Rottige Meenthe" gevraagd om zijn veehouderij elders voort te zetten. Piek verkocht land en boerderij aan Staatsbosbeheer en zette met zijn zoon (Jelle Piek-III) het bedrijf voort in Ter Idzard. Met de aankoop van grote stukken landbouwgebied tussen de Linde en het reeds bestaande natuurgebied de "Rottige Meenthe" kon Staatsbosbeheer het natuurgebied uitbreiden en een verbinding realiseren met haar natuurgebied "De Weerribben". De Grethahoeve en ander boerderijen ten zuiden van de Rottige Meenthe zijn allen aan de landbouw onttrokken en worden nu bewoond door burgers die het drukke leven in de randstad ontvlucht zijn.
De Grethahoeve ligt aan de voet van de Lindedijk, die rond de middeleeuwen al door de Friezen is aangelegd ter beveiliging tegen hoog water uit het getijdenriviertje de Linde. Bij het
gehucht Slijkenburg aan de monding van de Linde staat een kanon dat destijds afgeschoten werd om de boeren te waarschuwen voor hoog water waardoor ze bijtijds zichzelf en hun vee naar hoger gelegen gebieden konden brengen. Dat de dijk aan de Friese kant niet altijd bestand was tegen hoogwater is te zien aan de resten van een dijkdoorbraak bij de boerderij aan de Lindedijk 4. Hier ligt naast de boerderij nog een zogenaamd "wiel"; een diep gat pal achter de plek waar de dijk destijds doorbroken is.
Het natuur(ontwikkelings)gebied waar de Grethahoeve middenin staat wordt de Rottige Meente genoemd. Deze naam is afkomstig van een klein gebiedje uit de omgeving waar de
boeren hun vee mochten weiden. Het woord meente betekent gezamenlijk en het voorvoegsel rottige duidt op het feit dat de grond erg onvruchtbaar was. Zowel de Rottige Meente als het aangrenzende gebied de Weerribben (3,500 hectares) zijn internationaal erkende "wetlands". Sinds de middeleeuwen tot de eerste helft van de vorige eeuw werd in het gebied turf gewonnen. De turf werd uit 30 meter brede kanalen gedregd en op smalle stukken (6 meter breed) te drogen gelegd. Hier werden er turfjes van gemaakt. Turf was tot halverwege de vorige eeuw een geliefde brandstof voor de kachel maar werd verdongen door steenkool. Hoewel het gebied er erg natuurlijk uitziet is het grotendeels door mensenhanden ontstaan en wordt het door een actief beheer instand gehouden. Zonder menselijke tussenkomst zou het gebied binnen 30 jaar tot moerasbos worden. Staatsbosbeheer zorgt ervoor dat diverse aspecten van het voormalige verveendergebied aanwezig blijven. Hierdoor zijn er nog steeds petgaten, rietlanden, her en der wat elzen/berken bosjes en op enkele plaatsen grote stukken moerasbos. Het areaal aan veengebied wordt vergroot door in de voormalige landbouwgronden nieuwe petgaten te graven en tegelijkertijd de waterstand met ongeveer 30-40 centimeter te verhogen. De turfwinning van vroeger heeft intussen plaats gemaakt voor het rietsnijden.